Je hebt een conflict met een contractspartij, een geschil over geleverde diensten of een langlopende discussie die maar niet wordt opgelost. Dan komt er een moment waarop beide partijen besluiten er samen uit te komen. De vaststellingsovereenkomst (“vso”) is daarvoor het meest gebruikte instrument. Maar hoe praktisch ook, een vso heeft juridische gevolgen die ver kunnen reiken. Teken dus nooit zonder goed na te denken over wat je opgeeft en wat je krijgt.
Een vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarmee partijen een bestaand geschil of een onzekerheid over hun rechtsverhouding definitief beëindigen of voorkomen. De wettelijke basis ligt in artikel 7:900 van het Burgerlijk Wetboek. Partijen binden zich over en weer aan een bepaalde uitkomst, ook als die uitkomst afwijkt van wat de rechter mogelijk had beslist.
Dat is precies de kracht én het risico van de vso: je koopt zekerheid, maar betaalt daarvoor met het loslaten van aanspraken. Welke aanspraken je loslaat en hoe ver die vrijgave reikt, is de kern van elke onderhandeling over een vaststellingsovereenkomst.
Vrijwel elke vso eindigt met een zogenoemde finale kwijting — een bepaling waarin partijen verklaren over en weer niets meer van elkaar te vorderen te hebben. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar de reikwijdte ervan is cruciaal.
Een ruim geformuleerde kwijting kan aanspraken omvatten die je op het moment van ondertekening nog niet eens op het netvlies had. Denk aan verborgen gebreken die later aan het licht komen, of schade die zich pas later manifesteert. Het is daarom verstandig de kwijting zo nauwkeurig mogelijk te begrenzen: tot welke aanspraken, over welke periode, en in welke hoedanigheid?
Een vaststellingsovereenkomst kan in beginsel niet worden aangetast met een beroep op dwaling over de feiten die partijen ter discussie stonden — dat is nu juist wat ze hebben beslecht. Maar dat geldt niet onbeperkt. Als een partij bewust onjuiste informatie heeft verstrekt, of als sprake is van bedrog of misbruik van omstandigheden, kan de vso alsnog worden aangetast. Dit onderscheid is subtiel maar belangrijk: een vaststellingsovereenkomst biedt meer zekerheid dan een gewone overeenkomst, maar is niet onaantastbaar.
Te vaag omschrijven waarover het geschil gaat. Een vso die het onderliggende geschil niet goed omschrijft, roept later discussie op over de vraag of een nieuwe aanspraak nu wél of niet onder de regeling valt. Wees specifiek.
Vergeten afspraken over nevenverplichtingen. Denk aan geheimhouding, het intrekken van lopende procedures, het teruggeven van documentatie, of afspraken over communicatie naar derden. Wat niet in de vso staat, is niet geregeld.
Geen aandacht voor de uitvoering. Wie betaalt wanneer? Wat zijn de gevolgen als een partij de vso niet nakomt? Zorg voor heldere betalingstermijnen, eventuele zekerheden en een boetebepaling bij niet-nakoming.
Ondertekening door de verkeerde persoon. Bij rechtspersonen is het van belang dat de vso wordt ondertekend door iemand die daartoe bevoegd is. Een vso ondertekend door een niet-bevoegde vertegenwoordiger kan onverbindend zijn.
Een goed opgestelde vaststellingsovereenkomst bevat een heldere omschrijving van het geschil of de onzekerheid die wordt beslecht, de wederzijdse verplichtingen van partijen, afspraken over eventuele betalingen en de timing daarvan, nevenafspraken zoals geheimhouding en het intrekken van procedures, een nauwkeurig begrensd kwijtingsbeding en een bepaling over wat er gebeurt bij niet-nakoming.
Een vaststellingsovereenkomst is een krachtig instrument om langlopende geschillen definitief af te sluiten. Maar “definitief” werkt twee kanten op: ook aanspraken die je later nog zou willen inroepen, kunnen erdoor zijn afgesneden. Laat de overeenkomst daarom altijd beoordelen voordat je tekent — niet erna.
Heb je vragen over een vso die voorligt, of wil je hulp bij het opstellen van een solide regeling? Neem contact met ons op.